De angsthaas
Hij vreest hoogtes, muizen, en schorpioenen hoofdluis, enge spinnen, en giftige serpenten virussen, waartegen je je niet in kunt enten en oude tantes, die je op feestjes komen zoenen Als de dood is hij wanneer hij mensen ziet hoewel, hij komt zich graag bij anderen beklagen alles is de angsthaas bereid om te verdragen behalve ...
executie
mijn beul is een laatbloeier ik zie hem bomen snoeien, dat doet hij met plezier doe de groeten aan uw vrouw, zeg ik terwijl ik knipoog en van mijn mond een grimas maak hij mompelt iets in zijn baard ik zeg: u moet er niet zo zwaar aan tillen mijn beul knikt zwak, en komt ...
De vrek
Een paar stuivers zijn te veel als hij zijn pak moet stomen eer blijft hij sikkeneurig met zijn vlek alleen eer zal hij van honger en dorst om het leven komen eer zal hij likken aan een gezouten steen dan dat hij ook maar een cent teveel betaalt want het leven is zuur genoeg zonder ...
Herinneren
Maar laten we het niet hebben over verderf want ik vaar vannacht nog bergend uit mijn schuit is sterk en blinkt van de verf ik red je haar je stem je lach je huid
De fanaat
Zijn laken staat stijf van het zweet in zijn kop dreunt het onafgebroken zijn hersenpan is aan het overkoken en om hem heen wordt alles zuur en heet zijn tanden knarsen, zijn nek doet pijn terwijl hij maalt en door blijft malen kermt in hem de angst om weer te falen en hij brouwt van ...
mijn pen
ik schrijf over niets en mijn pen viel net ik slaak derhalve een luide, echoënde vloek geloof het of niet, hij ligt tussen het bed en de muur, ergens achter de plint, ik zoek hem morgenochtend wel, als het daglicht is teruggekeerd, en ik weer mezelf ben nu voltooi ik zonder seriefen dit gedicht - ...
twintig
we gaan tijdreizen, naar haar twintigste verjaardag, of terug, naar toen wij twintig waren zwelgen daarin, dat is een oud recept tegen de neerslachtigheid alles is nu, altijd, nergens ze huilt en ik weeg haar schoentje in de palm van mijn hand en glimlach twintig jaar lang
hel
we mogen even in deze zwerende hel verpozen elkaar betasten, bezoedelen, of minnekozen soms roept er iemand: zie je nu wel, wij zijn het zelf, het zweren van de hel
Socrates I: strop
ik ben, ziet u, nogal filosofisch aangelegd in overpeinzing wandel ik op het schavot met een knipoog voel ik even aan m'n strot dan haal ik adem en zeg wat moet gezegd de strop zal ik dragen als een lauwerkrans en jullie veroordeling is mij een vreugd te hangen voor dwazen is welhaast een deugd ...