Hij doet liever morgen wat vandaag nog kan
want heimelijk is hij met niets tevreden. De tijd
dringt niet. Hij denkt wat en bedenkt dan
er is geen schaduw in het licht der eeuwigheid
Vlinder worden was een van zijn grote dromen
dus hij droomde hem wanneer hij kon
als dromer was hij stoer en niet te stoppen
vloog hij zo gracieus tussen de hoogste bomen
dat hij vergat zich als vlinder te ontpoppen
- en nu ligt hij te rotten in zijn cocon
Hij lacht onderdanig, en zit aldoor te knikken tijdens discussies krijgt hij het doodsbenauwd hij zal al zijn bezwaren steeds in blijven slikken want behagen, dat doe je uit lijfsbehoud Hij loopt achter zijn idool aan door de gang als een kwispelend hondje zonder revier hij mompelt stemmig myxolydisch lofgezang met een dun mondje om ...
Hij vindt geen rust voordat hij heeft verzonnen hoe de anderen, allemaal, hebben wat hij niet heeft jaloezie is plakkerig: alles in zijn geest kleeft van ellende aan elkaar als bezeken nachtjaponnen Het is onbegonnen werk, het blijft in hem branden de afgunst zit diep, hij neemt chemische kleuren aan en wanneer hij schreeuwt dat ...
draag me
vanwege jouw
grote massa
en veel grotere
gravitational pull
ik zal af en toe
opzien naar
de sterren
en knipogen
naar je maan
dat lijkt me
gezien de
omstandigheden
wel een goede
taakverdeling
Ad was scherp in het debat hij was ad rem maar helaas voor hem zijn onderwerp was hij zat de ouwe dwaas hij zoop zich klem en kroop dan ladderzat achter 't stuur 't zat niet mee hij had de pech er stond een muur op de weg Ad kwam in een zee van vuur ...
Een ronde glimlach torsen zijn lippen als hij praat hij geeft het volmondig toe: hij is ook maar middelmaat wegcijferend kan hij zich met anderen vergelijken maar hij denkt stiekem dat in de hemel anders zal blijken Alles moet voor zijn opgaven, het grote werk wijken voor zijn creatie, zijn ding, gaat hij over lijken ...
Hij kent dat gevoel, wanneer er iets fout is gegaan het bloed in zijn wangen, dat raast en kookt de blinde ijver waarmee hij in de vlammen pookt en gloeiende vonken wakkeren zijn drift nog aan Dan vliegt grootmoeders servies tegen de muur aan gruzelementen, dan raast en tiert en scheldt en schreeuwt en jankt ...