Over schoonheid en woede

Dit is een cri de cœur, geschreven door iemand of iets dat nog beschikt over een hart van vlees. Wees niet bang, het is niks engs en het is niet besmettelijk. Het gaat ook niet over de onzichtbaarheid waar ik zo mee worstel. Het gaat over schoonheid, woede en kitsch.

Ik had mij voorgenomen om een recensie te schrijven van een mooie poëziebundel van Joost Baars, Toen ik je kwijtraakte. De bundel is opgedragen aan, en gaat over het verlies van zijn moeder. Ik wilde mijn stuk beginnen met een citaat van een vergelijkbare dichters die hem is voorgegeaan en zocht naar “poëzie overleden ouder”. Ik vond “de 9 allermooiste gedichten bij overlijden moeder” en begon te lezen.

Allermooiste gedicht bij overlijden moeder

Ik was verbijsterd. Ik voelde walging, woede en onmacht en de verleiding tot sarcasme. De massa heeft altijd gelijk. Wat het eerste zoekresultaat het allermooiste gedicht noemt, is dat ook. Mijn in tientallen jaren opgebouwde smaak, de bibliotheken die ik heb gelezen, het leven dat ik heb geleid, de filosofische inzichten, de vele gefaalde boeken, de paar geloofde boeken – het verandert daar niks aan. En omdat ik wel met al het vuur dat mijn hart kan opbrengen probeer te tornen aan deze definitie van allermooiste, is het minder dan niks waard.

Ik huiverde. Want dit is een tragedie. Het gevolg van mijn eerlijkheid is dat het esthetische oordeel bevestigd wordt. Een miskende dichter begrijpt het allermooiste gedicht overlijden moeder niet. Zie je wel, hij zit te veel in zijn hoofd.

Ik heb hier al langer over nagedacht. En ik verlang naar de zelf-sabotage die ik hier demonstreer. Door met grote stelligheid te beweren dat het bovenstaande gedicht verschrikkelijk slecht is en mij fysiek onwel maakt, zet ik mezelf buitenspel. Met die ouwe zeur valt niet eens te praten. Zie je wel, hij begrijpt niks van verbinding.

Hier sta ik en ik kan niet anders. De beroemde definitie van kitsch van Milan Kundera in de ondraaglijke lichtheid luidt ongeveer dat men alles wat lelijk en onacceptabel is verbant uit de kunst. De consumptie van kitsch gebeurt in twee tranen van herkenning: eerst ziet de kunstconsument iets moois en lieflijks, vervolgens observeert hij die emotie bij zichzelf en voelt hij zich onderdeel van een gemeenschap die deze emotie ook ervaart. Daarom wordt kitsch gretig gebruikt in totalitaire regimes.

In het bovenstaande afschuwelijke gedicht wordt de dood onmiddellijk goedgepraat, ontkracht door zoete woordjes. Ik word er verdomme pislink van, ja ik meen het. Deze gouden wereld van kitsch is een horrorfilm in een steriele kelder onder de diepste etage van Dante’s hel.

Ooit verloor ik mijn eigen moeder. Zij stierf veel te jong en ik schreef gedichtjes. Die schonken geen troost. Die benevelden de ramp van haar dood niet met zoete rijmwoordjes. Het is syntaxtische criminaliteit die iemand alleen nog doder maakt dan die al is, het is een kunstmatige antiwaarheid omwille van een laf doorleven zonder de dode.

En wie stiekem denkt dat dat ‘allermooiste gedicht’ toch wel mooi was, fuck you too.

 

Geef een reactie