
We nemen de poëzie en de muzen serieus. Dit is geen zoetsappig onderonsje waarin we leuke versjes delen maar een masterclass in beeldhouwen met taal. We letten op iedere letter. Je leert alles over de gereedschapskist van de dichter: klank, rijm en ritme, een goed titel maken, de juiste versvorm kiezen, emjambementen. Desgewenst leg ik theorie en achtergronden uit. Er wordt volop gelachen en er vindt kruisbestuiving van jewelste plaats. We dragen elkaars gedichten voor op het kleinste en gevaarlijkse podium van Europa. Met muziek: viool, gitaar, ukelele, balalaika. We maken parodieën en persiflages, je leert hoe je je eigen scherpste criticus kunt zijn. Je leert je gedicht professioneel te presenteren. Wat je na afloop mee naar huis neemt is een gedicht dat staat als een huis en klinkt als een klok, inclusief geluidsopname en/of video. Zie de foto’s hieronder om je een beeld te vormen.
Je mag van tevoren maximaal drie gedichten insturen die ik vanuit mijn achtergrond als recensent en dichter lees en waarop ik feedback geef.
Wie méér wil begeleid ik tot en met het uitgeven van een eigen bundel via mijn uitgeverij of het opsturen van een manuscript naar een andere poëzie-uitgeverij in mijn netwerk.
Inclusief een lunch bestaande uit soep en broodjes, koffie, thee en frissere dranken
Aanbevolen literatuur:
Paul Claes – Poëtica, ABC van de dichtkunst
Gerrit Komrij – De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten
Cees van der Pluijm – Schrijven van gedichten en verhalen
Kila van der Starre – Woorden temmen
Lambert Wierenga – Zo werkt poëzie!

