Het Wolfsbit is een ambitieuze romancyclus door Jasper Mikkers. In de tijd van steeds geringer wordende aandacht en sociale media is het niet alleen stoer maar ook belangrijk dat er nog zo’n monsterproject van een miljoen woorden (!), acht dikke delen en 4.000 bladzijdes wordt gemaakt. Mikkers begon er in de jaren 1970 aan te schrijven en verwacht het voor 2032 af te ronden. Het Wolfsbit is dus een literair universum en fantastisch om in rond te dolen. De acht delen zijn niet allemaal romans in de traditionele zin van het woord: er staan ook novelles in, meerdere dichtbundels die geschreven zijn door de personages zelf, en zelfs toneel. Dit is leven van en voor de literatuur, een Werkelijkheid die door haar nazang haar blijvende gestalte krijgt.
Op 18 april gaf Mikkers, om de succesvolle afsluiting van het crowdfundingproject voor deze bundel te vieren, in een cultureel wijkcentrum in Tilburg, een lezing over het Wolfsbit. Een leuk, en wie weet literair, toeval is dat het plaatsvond in de ruimte die ooit mijn eigen basisschool was, de plek dus waar ik zelf het abc leerde. De éminence grise van de Tilburgse literatuur was aanwezig, ik herkende Jace van de Ven en Frank van Pamelen.
Eén groot boek
Het is een heel belangrijk aspect van Mikkers’ schrijverschap dat hij zich baseert op bestaande personen. Hij fictionaliseert heel bewust om gebeurtenissen beter invoelbaar te maken, en natuurlijk prettiger om te lezen. Dit doet hij volgens de regelen der kunst van de literatuur – hij was tenslotte de protegé van de in 2020 overleden befaamde journalist en boekenfanaat Martin Ros.
Het leven van zijn eigen alter ego is de rode draad, en het laatste deel heet ook ‘Terugkeer’, dus het begrip Cyclus ligt voor de hand. Het leven van iedere schrijver is een cyclus of althans een streven naar het cyclische. De afronding is een terugkeer naar het begin, de oorspronkelijke bron van inspiratie en onze beste toenadering tot de eeuwigheid.
Henri Pafort heet zijn alter ego. Hij ontsnapt aan een vader die zijn poten niet kon thuishouden, hij bezicht het seminarie om te kunnen gaan studeren: rechten en Nederlands. Hij maakte de bezetting van de Tilburgse Hogeschool (nu universiteit) mee. En nog veel (dat veel is hier geen cliché) meer. Tijdens zijn lezing vertelde de schrijver dat hij aan meerdere romans tegelijkertijd kon werken, omdat het eigenlijk één Gesamtkunstwerk is.
Jasper Mikkers is een van een handvol schrijvers in het Nederlandse taalgebied die nog werken aan een romancyclus. Het is een heerlijk megalomaan project, een kroniek die 102 jaren (1918-2020) en volgens de auteur zelf 220 thema’s bestrijkt – en een welkom tegengif in tijden van aandachtsgebrek.
Hier lees je lovende recensies van deel twee en deel vier.
Wolfsbit
De titel Het Wolfsbit is een waanzinnig goede metafoor voor het smachten naar vrijheid, zoals dat tijdens de presentatie werd geformuleerd. Het begrip wolfs(ge)bit komt ook voor in het Latijn: lupatum. Het is een paardenbit voor moeilijk te bedwingen, zg. hardgebekte paarden, waarbij een bit met scherpe pinnen wordt geplaatst. Deze pinnen prikken in de zeer gevoelige lippen van het paard wanneer je aan de teugels trekt. Op het internet is er nauwelijks iets over te vinden. Ik heb AI maar een impressie laten maken van zo’n wolfsbit.
Op die manier is het makkelijker om een naar vrijheid strevend paard te beteugelen. Wat een geweldige naam voor een roman over een hoofdpersonage dat, na het seminarie, rechten en Nederlandse taal- en letterkunde is gaan studeren en een wild leven met waanzinnige avonturen heeft geleid! En het past ook goed bij het realisme van Mikkers: in plaats van ongebreidelde fantasie komt subtiele fictionalisering die bij het ‘geweld aandoen’ van de werkelijkheid de pijngrens nooit overschreiden.
Het Wolfsbit: je zou verwachten dat dit de romancyclus betreft van een zeer grote Latijns-Amerikaanse verteller die in honder tongen is vertaald, maar het is allemaal gewoon bij ons in Brabant geschreven. Het wordt uitgegeven door uitgeverij Aspekt in Soesterberg.

