Gedichten
Wat vermag nog penneninkt / die als rijm zijn duur ontstijgt?
Het bed
net geboren lig je in een bed
en schreeuwt een waarheid uit
een waarheid die je later
systematisch wordt ontnomen
tot je terugkeert naar die
zuigelingen-sluimer, en leert
te vergeten hoe je haar verdrong
en als je dood bent ruimen ze je bedje op
God
-
Daarin schuilt
jouw oneindigheid:
Jij bent het En-toch,
het onuitroeibare verlangen.
Mijn lichaam is het universum
mijn lichaam is het universum, kosmisch zijn mijn oren de zwaarste atomen zweven, wanneer ik de chaos ontketen in mijn ingewanden. Miljarden sterren worden geboren als mijn buik rommelt, want ik laat galactische scheten grote manen verslind ik bij het ontbijt, uit mijn neus vlammen gierende kometen, bij iedere toon die ik zing siddert alles ...
dag, stervende
dag, stervende
jij bent mij niet
ik masseer jouw slapen
maar ik ben jou niet
er valt dus verder niets
te zeggen de dood
De gelegenheidsdichter
Hij braakt graag de slimste verzen uit in elke stijl die hij vindt passen over iedere bekende kop en weeromstuit zal hij zijn zoete woordjes plassen Fanatiek begint hij te rijmen op bevel een publieke dode, een affaire, en zie: de kwatrijnen komen als vanzelf op zijn vel zo teistert hij maatschappij en poëzie Het is ...
grafschrift
De wereld is me grimmig nu
mijn schaduw is kleiner dan ik
en kleiner nog zijn mijn gedachten
graniet
ik beeld je donkere ogen
hier naast me
ik hak je blik in steen
de slagen hebben geen echo
in deze wereld
een wereld van sneeuw en
eland-tranen
een wereld van eeuwig licht
waarin jij niet bent
maar ik je gezicht hak
in een steen
