Recensie: Baden-Baden

Van een nieuwe vriend (hoe waardevol is het om later in je leven vriendschappen te kunnen sluiten, die jeugdige geestdrift weer te voelen) leende ik de essaybundel Baden-Baden van Pieter Waterdrinker, een verzameling columns die eerder verschenen in Elsevier. Gekscherend zei ik dat deze grif aftrek zou vinden onder linkse lezers, die niet gezien willen worden met een Elsevier-abonnement, zoals rechtse mensen de Volkskrant-columns van Arthur van Amerongen destijds liever gebundeld kochten dan in dat ‘woke vod’.

Een echte opinieschrijver is niet in het linkse of rechtse kamp te plaatsen. En we hebben ze meer dan ooit nodig nu politieke zelfkritiek onder groepsdruk, en bij gebrek aan ellende, steeds zeldzamer is, met andere woorden: in decadente tijden.

Ik heb Pieter Waterdrinker in november in de romantische boekhandel Athenaeum Scheltema aan het Spui (je moest door een klein deurtje, een houten trappetje op en langs een keukentje om in de ruimte te komen waar hij gezamenlijk met Rob de Wijk de oorlog duidde tegen de achtergrond van de bedrijvige maar gezapige hoofdstad) sommige van de anekdotes uit het boek al horen vertellen. Het is leuk (ik ben me bewust dat ik dat woord gebruik terwijl op ons continent een rotoorlog woedt, maar wil het gevoel trouw opschrijven) om een boek te lezen als je de schrijver vol vuur erover hebt horen vertellen.

Tijdens het lezen waan je je alsof een vriend je half Europa laat zien, van Saint-Malo tot Tallinn en van Barcelona tot Berlijn, Leipzig, Düsseldorf, Oostende, Parijs, Biarritz, de Krim, en natuurlijk het beroemde kuuroord Baden-Baden ten zuiden van Karlsruhe. Daar werden aan het begin van de oorlog Russische vliegtuigen aan de grond gehouden, maar rijke Russen komen ook na 20 februari 2022 nog steeds in ‘hun’ Europa, net als vroeger toen de rivalen Toergenjev en Dostojewski in Baden-Baden niet ver van elkaar woonden. Toergenjev: pro-westers en weltoffen; Dostojewski: een Russisch nationalistische gokverslaafde dronkenlap met verbijsterend scherpe inzichten in de menselijke psyche. In ons heden (begin jaren twintig) dineren vermogende Russen en Oekraïeners samen terwijl de generatiegenoten van hun kinderen elkaar afslachten aan het front. Waterdrinker toont zich een geestverwant van Joseph Roth en Stefan Zweig (die Welt von gestern), chroniqueurs van de decadente tijden die uitmondden in de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog. Hij laat het geopolitieke onbenul van de westerse jeugd zien: fatbikers met een grote bek tegen bejaarden die het nog geen dag aan het front zouden uithouden. Weten zij wel? Hij beschrijft de verbijstering over de nonchalance en Realitätsferne van veel tijdgenoten in ons land – en hoe dat in Litouwen wel anders is. Als je daar een militair op straat ziet, denk je niet eerst aan cosplay, want daar, aan het front dat er hopelijk nooit komt, is men zich altijd van de dreiging bewust.

Het zwaard van Damocles, de onvermijdelijke volgende fase van Poetins honger, dat Europa boven het hoofd hangt. Dat defaitisme is echter ook niet Waterdrinkers inzet. Het kan zomaar gedaan zijn met Poetin als iemand in zijn inner circle er genoeg van krijgt. De Russische ziel is niet gedoemd tot autocratie, de volgende revolutie hoeft niet weer gekaapt te worden door fanatici met een groteske ideologie. Het kan, net als Spanje, Portugal en Griekenland, een democratie worden, maar natuurlijk nooit een lupenreine, want die bestaan alleen in Poetins propaganda. De Russische ziel? Daar lijken de professionele geopolitieke analisten maling aan te hebben. Maar we moeten Tsjechov en Poesjkin en Toergenjev en Dostojewski en Gorki en al die anderen blijven lezen als we willen weten wat de Rus bezielt.

Verhalen laten een goede lezer voelen hoe het is om onder denkbaar andere omstandigheden te leven en hoe men daar, vanuit die omstandigheden, beslissingen neemt. Dat maakt deze essaybundel van een kenner (Waterdrinker woonde een kwart eeuw afwisselend in Moskou en Sint Petersburg) zo waardevol. Op mijn comfortabele bank, met een elektrische deken in plaats van Russisch gas (ik draag mijn steentje bij) geniet ik van de anekdotes over tuimelaars die in het leger gaan, de slapeloze nacht van de auteur in het bed van Stalins dochter of de megalomane Georgische kunstenaar Tsereteli. Het is een vrijheid waar ik niet voor hoef te vechten.

Ik verslond de essays dus als koek. En begreep waarom Waterdrinker vooral romans schrijft. De Zerrspiegel van fictie maakt de werkelijkheid meeslepender en spannender, maar ook overzichtelijker. Baden-Baden (het boek) geeft een inkijkje in hoe de romanschrijver observeert en waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. Aha! Zo doet-ie dat. We mogen even rondlopen in de kraamkamer van personages als Tolja (Céline) of Ruben Katz (De rat van Amsterdam), figuren die ons empathisch vermogen kunnen sterken. En in tijden waarin vrijheid zo abstract geworden is dat mijn vrijheid niks te maken lijkt te hebben met jouw vrijheid, is dat heel hard nodig. Literatuur kan ons bewust maken van de krachten waardoor een collectief wordt voortgestuwd en bezield, en dat ook het meest onafhankelijke individu speelbal is van die krachten.

Poetin moest als kind Tsjechov lezen maar heeft er niets van begrepen: de man heeft geen greintje empathie. Laat ons betere lezers zijn dan Poetin.

Geef een reactie