Voor mijn verjaardag kreeg ik lang geleden ooit het boek Allerzielen cadeau. Ik heb het nog niet gelezen. Wat wil ik nu? Net als zoveel mensen mijn plasje doen op het nieuwsfeit van 11 februari jongstleden, het overlijden van Cees Nooteboom? Om de aandacht toch vooral op mij te richten. Een stukje schrijven van, kijk eens, ik ben ook met Cees op de foto geweest in een café in Brugge tien jaar geleden of Cees was maar een oelewapper omdat hij Liesbeth kwalijk behandelde of ik mocht bij hem achter op de motor in Argentinië of ik was ooit urinoirbuurman in een bordeel in Santiago.
Ik voel de aandrang – niks menselijks is mijn vreemd. Een mooie gelegenheid om te shinen! Cees is dood, dus misschien gaat die Nobelprijs dan wel naar mij. Ons narcisme, geëngineerd door de engerds van Silicon Valley omdat het onze drifthuishouding ten gunste van het grootkapitaal transformeert, lijkt blind voor zichzelf (Vgl. Isolde Charim – Die Qualen des Narzissmus).
Was nun? Ik ga Allerseelen (in het Duits) lezen omdat ik zelf (zelluf! zelluf!) ook aan een Berlijn-roman werk, zij het van een volstrekt ander kaliber dan de vermaarde Weltenbummler aus Den Haag).
Maar goed, Cees. Ieder heeft zijn eigen Cees en dit is de mijn. Op zijn vijfenzeventigste nog op de motor door Patagonië in de voetsporen van Bruce Chatwin (ik vraag me af of Cees Werner Herzog heeft gekend). In zijn laatste levensfase op Menorca waar hij ’tingelingeling’ riep tegen zijn verzorgende eega wanneer hij bijgeschonken moest worden. Als handtastelijke boyfriend van Liesbeth List. Als Neerlands hoop voor de Nobelprijs omdat hij internationaler is dan Harry en Hugo (onder ons gezegd, ik vind hem iets te licht: hij begreep zichzelf in de eerste plaats als dichter, maar hij is geen Tranströmer (op wie hij een beetje lijkt) of Miłosz). Cees die zijn boterham kon verdienen met reisverhalen. Als jonge twintiger sloeg ik ooit zo’n geschrift op een willekeurige bladzijde open en las iets in de trant van “We pakten onze koffer snel in omdat de trein al om 9:30 zou vertrekken” en ik dacht doen nou ja zeg zo kan ik het ook wel.
Dat was mijn Cees. Zomaar. Ongevraagd.
Ik houd van schrijvers die na rijp beraad telkens weer terug- en thuiskomen bij de taal. Hun werk mag belangrijker zijn dan hun levenswandel, hun losse handjes of hun polletieke overtuigingen.
Rust zacht, Cees. Met Umberto Eco, Anthony Burgess, Remco Campert in de CLUB OF 92.
