Een verhaal over onze tijdgeest met de titels van de achttien boeken uit de lange lijst.
Als de dieren aan het einde van de grote oorlog nog in leven zijn, als alleen de dieren nog in leven zijn, het gezoem van bijna alles is gedoofd, de jaknikkers die zich overgaven op commando allemaal neergeschoten, de wereld gehuld is in een winterse stilte terwijl het nog lang geen winter is.
Als een enkele mens het heeft overleefd. Toen de val onvermijdelijk was sloeg zij op de vlucht en trok zij zich terug in de uithoeken van de beschaving, als nachtschade in schaduwen en spelonken waar zij afwachtte tot de slachting was voltooid, de laatste tandenjager van de knekelvelden verdreven, alle gewone Hollandse jongens verbannen naar het land van Hrabal, het koor van de 300 moordenaressen onder duizend vlaggen voorgoed verstomd.
Als dan de winter komt en zij die het hebben overleefd, aan hun voeten ligt een stille wereld in het wit. Aline heet ze. De sneeuw kraakt onder haar voeten maar geen ander mens die dat hoort. Nog een keer mag een mens, mag de mensheid, het geschenk beleven, nog een keer mag zij, tot alles in beweging komt.

